Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret van H. Moulijn-Haitsma Mulier

Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

CXXVIII

Hoe vaak als gij, muziek, muziek verwekt
Uit dat gezegend hout, tot klank vervoerd
Door uwe zachte hand, en gij ontdekt
De lenig’ eendracht, die mijn hart ontroert,
Benijd ik wel die snaar, die dartel springt,
En kust de teedre palm van uwe hand,
Terwijl ge d’arme mond, die u bezingt,
Maar bloost bij d’overmoed van ’t houdt, verbant.
Hoe wenscht mijn stroeve mond om dat geluk
Van staat te wisslen met het dansend koord,
Waarlangs uw vinger streelt met zachten druk,
Het hout meer zeegnend dan het levend woord.
Gunt gij de vreugd van ’t kussen aan een snaar,
Geef haar uw vingers, mij uw lippenpaar.

Uit: H. Moulijn-Haitsma Mulier, Shakespeare – 50 sonnetten, Van Dishoeck, 1923.





Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Decroos
Jonk
Van der Krogt
Van Oyen
Karel D'huyvetters

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 12
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 25
Sonnet 27
Sonnet 29
Sonnet 33
Sonnet 35
Sonnet 36
Sonnet 37
Sonnet 47
Sonnet 48
Sonnet 49
Sonnet 50
Sonnet 54
Sonnet 55
Sonnet 56
Sonnet 61
Sonnet 65
Sonnet 66
Sonnet 73
Sonnet 75
Sonnet 76
Sonnet 77
Sonnet 81
Sonnet 90
Sonnet 91
Sonnet 97
Sonnet 102
Sonnet 109
Sonnet 116
Sonnet 117
Sonnet 128
Sonnet 132
Sonnet 145
Sonnet 150