Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret van H. Moulijn-Haitsma Mulier

Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy


In 1923 verscheen bij uitgeverij Van Dishoeck Shakespeare – 50 sonnetten vertaald door H. Moulijn-Haitsma Mulier. Het is bij mijn weten de enige Nederlandse vertaling van Shakespeares sonnetten (of enig ander werk van hem) door een vrouw. De volledige tekst van deze vertaling staat hier nu online.

De selectie sonnetten is in het boek dubbel genummerd: eenmaal doorlopend van I tot en met L, linksboven. En, zoals in het boekje staat: 'de nummers aan den rechterkant der Sonnetten zijn die der Temple Edition'. Dat is de gangbare nummering die ik ook hier op de site hanteer, en ik heb in deze digitale versie alleen die nummering overgenomen.

De vertalingen worden in de boekuitgave voorafgegaan door de opdracht 'Aan mijn man'.

Over de vertaalster

Op internet is weinig informatie over Henriette Moulijn-Haitsma Mulier te vinden – zelfs DBNL is erg summier. Ik hoop hier in de toekomst wat meer over haar te kunnen schrijven, en heb inmiddels ook wat achtergrondinformatie gekregen van haar kleindochter F. I. Steffelaar-Moulijn. Zo weet ik nu dat Henriette Moulijn-Haitsma Mulier de eerste vrouw was die Nederlands ging studeren (in Utrecht) en actief in de vrouwenbeweging, dat ze bevriend was met Henriette Roland-Holst en goede contacten had met Albert Verwey en Willem Kloos. Ze vertaalde ook werk van Rudolf Steiner en heeft twee gedichtenbundels gepubliceerd: Verzamelde verzen (1935) en Spiegelingen (1947). Daarnaast schreef ze een toneelstuk, Het paradijs herwonnen (1924). Een recensie daarvan door Martinus Nijhoff is te lezen bij DBNL.

Het portret linksboven dateert van twintig jaar vóór het verschijnen van de Shakespeare-vertaling. Het is in 1902, het jaar van haar huwelijk, gemaakt door Simon Moulijn. Het is overigens aanklikbaar en voert dan naar een pagina met meer informatie over haar man, de grafisch kunstenaar Simon Moulijn.

Ook een van de eerste reacties op haar vertaling is bekend – en is zelfs online te lezen. In 1923 kregen de vertalingen namelijk een nogal zure recensie in de NRC. Dat was vervolgens aanleiding voor Albert Verwey om het in een ingezonden stuk voor haar op te nemen. Die recensie en Verweys reactie zijn online na te lezen op de website van de Koninklijke Bibliotheek, waar de hele vooroorlogse NRC online staat. Ik kan er niet direct naar doorlinken, maar kijk in de NRC van 14-07-1923, pagina 14 voor de recensie, en de NRC van 11-08-1923, pagina 15-16 voor de reactie van Verwey.

Dank

Mijn speciale dank aan F. I. Steffelaar-Moulijn en Richard S. Moulijn, die toestemming hebben gegeven om de teksten hier te plaatsen.
En aan Marijke Versluys, die het leeuwendeel van de teksten voor me heeft gedigitaliseerd.



Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 12
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 25
Sonnet 27
Sonnet 29
Sonnet 33
Sonnet 35
Sonnet 36
Sonnet 37
Sonnet 47
Sonnet 48
Sonnet 49
Sonnet 50
Sonnet 54
Sonnet 55
Sonnet 56
Sonnet 61
Sonnet 65
Sonnet 66
Sonnet 73
Sonnet 75
Sonnet 76
Sonnet 77
Sonnet 81
Sonnet 90
Sonnet 91
Sonnet 97
Sonnet 102
Sonnet 109
Sonnet 116
Sonnet 117
Sonnet 128
Sonnet 132
Sonnet 145
Sonnet 150