Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret van H. Moulijn-Haitsma Mulier

Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

XCVII

Als barre winter was uw afzijn mij,
Gij zoete vreugd van het vervliegend jaar,
Van kou verstijfd doorliep ’k een woestenij,
Zoo dor en kaal, alsof ’t December waar;
En toch doorijld ik gulle zomervreugd,
En rijken herfst, zoo vol van rijpen groei,
De weeldelasten torsend van de jeugd,
Zwaar dragend, als een weeuw na vroegen bloei.
Maar ach, mij was dit overvloedig kroost
Verweesde vrucht van vroeg verganen gloed,
Op u wacht zomer en zijn vreugdetroost,
De vogels zwijgen, tot ik u ontmoet,
Of als zij zingen, klinkt zoo droef een klacht
Dat ’t blad verbleekt, beangst, dat Winter wacht.

Uit: H. Moulijn-Haitsma Mulier, Shakespeare – 50 sonnetten, Van Dishoeck, 1923.





Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Decroos
Jonk
Van der Krogt

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 12
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 25
Sonnet 27
Sonnet 29
Sonnet 33
Sonnet 35
Sonnet 36
Sonnet 37
Sonnet 47
Sonnet 48
Sonnet 49
Sonnet 50
Sonnet 54
Sonnet 55
Sonnet 56
Sonnet 61
Sonnet 65
Sonnet 66
Sonnet 73
Sonnet 75
Sonnet 76
Sonnet 77
Sonnet 81
Sonnet 90
Sonnet 91
Sonnet 97
Sonnet 102
Sonnet 109
Sonnet 116
Sonnet 117
Sonnet 128
Sonnet 132
Sonnet 145
Sonnet 150