Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret van H. Moulijn-Haitsma Mulier

Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

LXXXI

Hetzij mijn moede pen uw grafschrift schrijft,
Hetzij gij leeft, als dood mij achterhaalt,
Weet, dat geen dood uw heugenis verdrijft,
Ofschoon herinnering aan mij verschaalt.
Uw naam leeft in onsterfelijken klank,
Terwijl verganklijkheid mij niets bespaart,
Mij bergt eenmaal een ongeschaafde plank,
Als gij voor ieders oog ligt opgebaard.
Uw monument is mijn gedwee gedicht,
Dat het nog ongeboren oog herleest,
Waarvan de ongeschapen tong bericht,
Als wie nu leeft, alleen nog leeft als geest.
Gij zult nog leven – dit is dichtens grond –
Waar adem ’t levendst is – in menschenmond.

Uit: H. Moulijn-Haitsma Mulier, Shakespeare – 50 sonnetten, Van Dishoeck, 1923.





Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Decroos
Decorte
Grandgagnage
Jonk
Van der Krogt
Sonneveld
Verstegen

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 12
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 25
Sonnet 27
Sonnet 29
Sonnet 33
Sonnet 35
Sonnet 36
Sonnet 37
Sonnet 47
Sonnet 48
Sonnet 49
Sonnet 50
Sonnet 54
Sonnet 55
Sonnet 56
Sonnet 61
Sonnet 65
Sonnet 66
Sonnet 73
Sonnet 75
Sonnet 76
Sonnet 77
Sonnet 81
Sonnet 90
Sonnet 91
Sonnet 97
Sonnet 102
Sonnet 109
Sonnet 116
Sonnet 117
Sonnet 128
Sonnet 132
Sonnet 145
Sonnet 150