Beginpagina
Nieuw op de site

Publicaties
Vertalingen online
Recensies

Shakespeare
John Donne
Edmund Spenser
Philip Roth
Henry James

Downloads
Links
Live ondertiteling
Contact
Zoeken


Statistieken/Privacy
Joseph Conrad, An Outpost of Progress (1897)
Hier staat het origineel.
© Nederlandse vertaling Frank Lekens, 2007


Een voorpost van de vooruitgang

Aantekeningen


Deze aantekeningen zijn vooral schatplichtig aan de voetnoten in Heart of Darkness and Other Tales, Cedric Watts (ed.), Oxford University Press, 1990, rev. 2002.

Kayerts, Carlier
Conrads keuze voor deze namen lijkt nogal onhandig. Hij geeft ze weliswaar fysiek heel verschillende eigenschappen mee, maar kun je in kort bestek onthouden wie ook alweer wie is als hun namen zo op elkaar lijken? (Een handig ezelsbruggetje is misschien dat Carlier de cavalerist is.) Maar dat is waarschijnlijk geen toeval. Enerzijds kunnen de namen – zoals Watts in een voetnoot duidelijk maakt – ontleend zijn aan mensen die Conrad op zijn eigen tocht in Congo heeft gezien. Maar de verwarring bij de lezer heeft ook een functie, die verderop in het verhaal duidelijk zal worden. Het houdt verband met het in dit verhaal – en in heel Conrads werk – belangrijke thema van identiteit en identiteitsverlies. (Terug.)


de cavalerie van een leger dat door enkele Europese mogendheden was gevrijwaard van alle gevaar
Nergens wordt expliciet vermeld dat Kayerts en Carlier Belgen zijn, maar behalve de algemene context, maakt vooral deze zin dat erg duidelijk. Volgens het verdrag van Londen uit 1839 werd de neutraliteit van België gegarandeerd door Groot-Brittannië, Frankrijk, Pruisen, Rusland en Australië. (Terug.)


Dit waren twee volstrekt onbeduidende en incapabele individuen, types die slechts kunnen bestaan in beschaafde massa's met een hoge organisatiegraad. Weinig mensen beseffen dat hun leven, het wezen van hun karakter, wat ze kunnen en wat ze durven, slechts een uitdrukking is van hun geloof in de veiligheid van hun omgeving.
Een sleutelpassage in dit verhaal, die een kijkje geeft in Conrads pessimistische wereldbeeld. Beschaving is een dun laagje vernis dat zwakke figuren in staat stelt een normaal leven te leiden. Dat besef leidt bij Conrad echter meteen ook tot twijfel aan de eigen identiteit: als je karakter slechts berust op de maatschappij die je beschermt, wie bén je dan eigenlijk? Héb je wel een eigen, individuele identiteit? Elders leidt die antiromantische twijfel bij Conrad tot meer persoonlijke, angstige existentiële verhalen. Hier gebruikt hij hem vooral om satire te bedrijven. (Terug.)


Op de zandbanken in het midden lagen nijlpaarden en krokodillen zij aan zij te zonnen.
In het origineel staat 'alligators', maar dat moet een foutje van Conrad zijn. Jan de Smet wees me erop dat alligators alleen in Amerika voorkomen. (Terug.)


In hartje Afrika maakten ze kennis met Richelieu en d'Artagnan, met Hawkeye en vader Goriot en tal van anderen.
De hoofdpersonen uit Dumas' De drie musketiers, Coopers De laatste der Mohikanen en Balzacs Vader Goriot. Watts wijst erop dat hun naïeve leesgedrag (en de gekozen titels) verwijst naar Flauberts Bouvard et Pecuchet. Andere parallellen met dat boek zijn de laaiende ruzie om iets onbenulligs (hier suiker in de koffie, in Flauberts roman gaat het om thee) en de naam Melie. (Terug.)


Daarin stond een artikel over wat enigszins hoogdravend 'Onze Koloniale Expansie' werd genoemd.
De strekking van dat artikel komt overeen met hypocriete teksten over de zending in Congo van koning Leopold II, op dat moment privé-eigenaar van het hele gebied. Over de situatie in Congo schreef Conrad in een brief in 1903: 'Het is ongelofelijk dat het geweten van Europa, dat zeventig jaar geleden de slavernij heeft afgeschaft op humanitaire gronden, tegenwoordig de staat Congo kan tolereren. Het is alsof de morele klok vele uren terug is gezet [...] en de Belgen zijn erger dan de zeven plagen van Egypte [...].' (Terug.)


vadertje Gobila
In een standaardwerk over Congo uit 1885 komt een beschrijving van zo'n dorpshoofd voor, die daar Papa Gobila wordt genoemd. Met 'Father Gobila' suggereert Conrad misschien ook dat Kayerts' en Carliers bijnaam geïnspireerd is op Vader Goriot. (Terug.)


Hij vond ze allemaal erg jong en niet van elkaar te onderscheiden (behalve door hun lengte), en hij wist dat ze allemaal broers van elkaar waren, en bovendien onsterfelijk. [...] Gobila bekeek ze aandachtig. Misschien waren ze één met die eerste – of was althans een van de twee dat. Hij kwam er niet uit – dat mysterie kon hij niet ophelderen
Hier balt Conrad een aantal clichés van de exotische avonturenroman samen en verknoopt ze met zijn eigen identiteits-thematiek. Mensen van een ander ras lijken allemaal op elkaar, 'primitieve' Afrikanen doen aan magisch denken... maar uiteindelijk blijkt natuurlijk dat Gobila er niet ver naast zit, als we aan het eind zien dat Kayerts zélf het gevoel krijgt dat zijn identiteit overvloeit in die van Carlier. (Terug.)


Die mannen hadden zich aan de Maatschappij verbonden voor zes maanden (zonder dat ze enig benul hadden wat een maand was, en slechts een uiterst vage notie van tijd in het algemeen)
Vergelijk deze passage uit Hart der duisternis (in de vertaling van Bas Heijne):

Ze waren voor zes maanden aangenomen (ik geloof niet dat ook maar één van hen zoiets als een duidelijk besef van tijd bezat, zoals wij dat na ontelbare eeuwen hebben. Zij verkeerden nog altijd in de vroegste tijden – bezaten als het ware geen overgeërfde ervaring om hen dat bij te brengen)
(Terug.)


toen ze in een diepe slaap lagen na het drinken van al die palmwijn
Eerder lazen we dat Makola's vrouw de kalebassen een voor een inspecteerde. Ik denk dat je wel mag concluderen dat de mannen niet alleen dronken zijn gevoerd, maar ook bedwelmd met een slaapmiddel.
(In Hart der duisternis is volgens sommige critici ook sprake van een 'verzwegen plot', namelijk een moordcomplot op Kurz door diens chef, die afgunstig is op zijn succes. De vertraging die Marlow oploopt omdat zijn stomer is gezonken, zou door die chef zijn georganiseerd om Kurz zo lang mogelijk nieuwe bevoorrading te onthouden.) (Terug.)


Carlier kreeg een woedeaanval en sputterde dat alle nikkers moesten worden uitgeroeid om het land bewoonbaar te maken.
Vergelijk de beroemde zin in Hart der duisternis, 'exterminate all the brutes!' – 'uitroeien die beesten!' in de vertaling van Bas Heijne.
'Brute' is een belangrijk woord in Conrads werk. Het staat voor alles wat wel menselijk maar niet beschaafd is, ongevormd en ongericht gewelddadig. Conrad laat het woord gebruiken door personages die praten over 'de wilden' in Afrika, maar in Under Western Eyes worden bijvoorbeeld ook de gewelddadigste, misdadigste revolutionaire figuren met dit woord aangeduid.
Mede omdat Kayerts en Carlier óók weleens 'animals' en 'beast' gebruiken voor Makola en de dorpelingen, is het niet mogelijk om in aansluiting op Hart der duisternis 'brute' hier consequent als 'beest' te vertalen. Het is afwisselend 'wilde' (en ook wel gewoon 'bruut') geworden. (Terug.)


'Hij is aan koorts gestorven.'
Het is de vraag hoever je moet gaan met tussen de regels lezen: is ook hier sprake van een verzwegen plot? Is ook de eerste chef van de post gewelddadig aan zijn eind gekomen en was die koorts slechts een voorwendsel? Ik denk niet dat die suggestie hier bewust wordt gewekt, de opmerking is slechts een uitdrukking van Makola's cynisme en minachting voor de blanke handelsagenten. (Terug.)


Toen probeerde hij zich voor te stellen dat hijzelf dood was en Carlier in deze stoel naar hem zat te kijken; en daar slaagde hij onverwachts zo goed in dat hij ineens niet meer goed wist wie er nou dood was en wie nog leefde.
De ultieme verdwijntruc. Kayerts (of is het nou Carlier?) weet zelf niet meer of hij nou Kayerts is of Carlier, of... ka...ka... Het wordt bijna Kafka... (Terug.)



Naar deel II
Download tekst
Over dit verhaal
Aantekeningen

portret Joseph Conrad

Meer vertalingen:
Joseph Conrad
Henry James

Poëzie:
Robert Burns
W.B. Yeats

Shakespeare
John Donne
Edmund Spenser