afbeelding uit de strip Krazy Kat
Beginpagina
Nieuw op de site

Publicaties
Vertalingen online
Recensies

Shakespeare
John Donne
Edmund Spenser
Philip Roth
Henry James

Downloads
Links
Contact
Zoeken


Statistieken/Privacy

Shakespeare in vertaling

Een andere, veel positievere recensie van deze bundel is hier te lezen.

Een lijst van andere vertalingen vind je op mijn Shakespeare-pagina's. Daar staan ook diverse vertalingen online.

De in deze bloemlezing gepubliceerde vertaling van sonnet 140 door Ton Oosterhuis is hier te lezen. Het boek dat op die pagina te bestellen is, is deze bloemlezing in een andere gedaante (is mijn indruk).


Dit jaar verscheen bij uitgeverij Lannoo/Atlas De mooiste van Shakespeare, een keuze uit de sonnetten plus een aantal fragmenten uit het toneelwerk, gepresenteerd in de originele tekst met vertalingen van verschillende vertalers. Een leuk klein boekje, lekker handzaam pocketformaat, mooi uitgegeven met een fijn leeslint. En het idee om vertalingen van allerlei verschillende vertalers te gebruiken is sympathiek.

Voor wie nog geen vertaling van Shakespeares sonnetten in huis heeft, is dit misschien een aardige binnenkomer. En wie al één integrale vertaling op de plank heeft staan, krijgt hier een leuke kans om eens aan wat andere vertalingen te ruiken. Al moet ik zeggen dat er op de keuze van de gedichten, én van de vertalingen, ook wel wat valt aan te merken.

Het opvallendst bij de sonnetvertalingen is de opname van een 'vertaling' van Hugo Claus. Dit gedicht komt uit een reeks van 15 sonnetten die Claus in de jaren '80 publiceerde. Dat zijn eigenlijk geen vertalingen, maar alle 15 sonnetten zijn wel – zoals critici al snel opmerkten – sterk op Shakespeare's sonnettencyclus geïnspireerd. De minicyclus is in feite een Clausiaanse verwerking van Shakespeariaanse thema's. In sommige sonnetten leunt Claus daarbij duidelijk op één specifiek sonnet van Shakespeare, in andere herken je alleen duidelijke motieven terug uit verschillende sonnetten in de reeks.

Het is wel een beetje vreemd dat de samenstellers juist het eerste sonnet uit Claus' cyclus hebben opgenomen. Dit zou een 'vertaling' zijn van Sonnet 15. In het voorwoord stellen ze zelfs dat ene Kristel Marcoen heeft geschreven dat 'het openingssonnet grosso modo het enige is dat duidelijk een sonnet van Shakespeare volgt.' Ik weet niet of Marcoen dat echt zo geschreven heeft, maar in dat geval kletst ze uit haar nek. Juist in Claus' openingssonnet zijn elementen uit verschillende sonnetten terug te vinden – behalve van sonnet 15 bijvoorbeeld ook van sonnet 64. Als ze al een keuze hadden willen maken op basis van directe correspondentie met een Shakespeare-sonnet, dan hadden ze beter kunnen kiezen voor Claus' achtste sonnet, dat een directe parafrase van (en commentaar op) 29 is; of het dertiende, een duidelijke modernisering van Sonnet 66. Of nummer 6, misschien een geslaagder gedicht, en duidelijk een variant op Sonnet 39.

Maar afgezien hiervan vind ik het een sympathieke zet om een gedicht uit Claus' cyclus als vertaling op te nemen. Als hulp voor het begrijpen van het origineel heb je aan zo'n vertaling weliswaar niet veel. Maar het is wel leuk als een voorbeeld van dit ene uiterste van het vertaalspectrum, waar vertalen met recht 'herscheppen' genoemd mag worden.

Minder enthousiast ben ik over de opname van zeven niet eerder gepubliceerde vertalingen van Ton Oosterhuis. Hij wordt in het voorwoord min of meer voorgesteld als de huisdichter van deze reeks. Omdat hij nog wat vertalingen in zijn bureaula had liggen (aldus het voorwoord!) hebben ze die ook maar opgenomen.

Heel slecht zijn die vertalingen niet, maar ze verbleken toch een beetje nu ze in het gezelschap staan van de over het algemeen veel betere vertalingen van Arie van der Krogt, De Roy van Zuydewijn, Paul Claes of Ernst van Altena (de laatste twee elk vertegenwoordigd met slechts één vertaling, maar dan meteen wel twee bijzonder mooie).

Ten voorbeeld de eerste vier regels van sonnet 128:

How oft when thou, my music, music play'st,
Upon that blessed wood whose motion sounds
With thy sweet fingers when thou gently sway'st
The wiry concord that mine ear confounds,

In de vertaling van Oosterhuis:

Zo dikwijls als mijn lief aan het spinet
haar smalle vingers op de toetsen drukt
en ik mij luisterend aan haar voeten zet
en zwevend snarenspel mijn oor verrukt,

Dat de geliefde 'smalle vingers' heeft, staat nergens in het origineel. Waarom niet gewoon 'zoete vingers'? Dat de dichter aan haar voeten gaat zitten staat er ook niet. (Waarom zou hij? Dit lijkt geen enkele functie te hebben behalve die van rijm). En ik weet niet waar dat 'zwevend' vandaan komt. Een onbewuste echo van 'sway'st'?

(Terzijde: een vriend wees me er later op dat er zoiets bestaat als een 'zwevende stemming' voor instrumenten. In die zin past het een beetje bij de muzikale motieven in het sonnet. Maar slechts een beetje.)

'Thou, my music' is volledig weggevallen, en daarmee dus ook het grapje van de herhaling van 'music'. Bovendien wordt nu in de eerste strofe de geliefde beschreven, terwijl ze in deze vertaling verderop weer wél wordt aangesproken. Niet zo elegant.

Wat ook niet goed uit de verf komt is het woord concord, samenspel of harmonie, dat wel érg impliciet verstopt zit in 'samenspel'. Bijgevolg gaat de paradox van 'concord' tegenover 'confound' ook helemaal verloren: de harmonie die hem in verwarring brengt. Door de context krijgt 'confound' wel min of meer de betekenis van 'verrukken' of plezieren, maar de basisbetekenis is toch gewoon 'in verwarring brengen', en die blijft erin doorklinken. Ter vergelijking: De Roy van Zuydewijn combineert in zijn vertaling beide betekenissen heel mooi met het woord 'duizelen'.

Zo vind ik voor al deze elementen telkens betere oplossingen bij de vier andere vertalingen die ik heb geraadpleegd (De Roy van Zuydewijn, Van der Krogt, Verstegen en Van Elden). Vooral Van der Krogts vertaling van dit gedicht is bijzonder geslaagd – speels en een tikje vrij, maar met een schunnige ondeugendheid die juist bij dit gedicht bijzonder goed past.

Nu mag Van der Krogt niet klagen, want ik geloof dat hij met 14 vertalingen het best vertegenwoordigd is in deze selectie. En misschien heb ik met Sonnet 128 ook net Oosterhuis' zwakste vertaling eruitgepikt. Zijn vertalingen zijn dan wel zelden de best denkbare, maar ze zijn zeker niet totaal mislukt en bevatten vaak nog wel aardige vondsten. Als hij met 7 gedichten al wat oververtegenwoordigd is, dan hebben de samenstellers in ieder geval het excuus dat ze hem in deze bundel een kans tot publicatie wilden bieden. (En dat is niet cynisch bedoeld. Ik juich in principe elke nieuwe sonnetvertaling van harte toe.)

Dat excuus hebben de samenstellers echter niet bij de 7 vertalingen van Guido de Bruyn. Die zijn namelijk al elders verschenen (zie de site van Uitgeverij P), en ik begrijp niet goed waarom ook uit zijn vertalingen zo'n ruime keuze is gemaakt.

De Bruyn vertaalt de sonnetten eigenlijk helemaal niet als sonnetten. Dat wil zeggen: hij rijmt niet, maar vertaalt ze in vrije verzen. Dat vind ik op zichzelf al tamelijk irritant. Die irritatie wordt alleen nog maar verhoogd doordat De Bruyn de strofe-indeling van het Engelse sonnet (drie kwatrijnen gevolgd door een distichon) aan zijn laars lapt en zijn vertalingen indeelt als een Europees sonnet (twee kwatrijnen gevolgd door twee terzetten). Dat dit volstrekt niet strookt met de opbouw van de sonnetten (die hij in zijn vertaling wel regel voor regel probeert te volgen), negeert hij gewoon. Maar het ontbreken van het afsluitende distichon probeert hij dan weer wel binnen te smokkelen door de laatste twee regels van elk gedicht te cursiveren. De logica van deze typografische ingrepen ontgaat mij volledig.

En die niet-rijmende vertalingen van hem... Ik weet eigenlijk niet goed wat ik erover moet zeggen. Het zijn behoorlijk vrije bewerkingen. De belangrijkste betekeniselementen, althans de hoofdgedachten in elk gedicht, zijn doorgaans correct weergegeven. Maar de finesses van Shakespeares metaforen gaan vaak verloren. En misschien is het mijn gebrekkige gevoel voor poëzie, maar ik kan weinig moois ontdekken in deze, wat ik maar zal noemen, 'vrije verzen in pseudo-sonnetvorm'. Soms is er wel eens een regel die aardig klinkt, maar dan krijg je ineens weer een raar woord waar je subiet over struikelt ('mismeesterd', 'keervers': ??).

Als voorbeeld citeer ik onderaan deze pagina zijn versie van sonnet 20, zodat iedereen er zelf over kan oordelen. Dat sonnet kies ik niet toevallig: over datzelfde sonnet heeft Arie van der Krogt een artikel geschreven waarin hij zeven vertalingen naast elkaar legt.

De Belgische pers lijkt wel te spreken over De Bruyns vertaling. Als ook anderen wel waardering kunnen opbrengen voor deze vertalingen, c.q. deze manier van vertalen, dan hoor ik het graag. Misschien heb ik gewoon een blinde vlek voor de kwaliteiten die ze hebben, en kan iemand me daarvan genezen.

Wat Het mooiste van Shakespeare betreft: de iets te ruime keuze uit De Bruyns vertalingen is mijn grootste bezwaar tegen deze bundel. Dat bezwaar wordt groter als ik bedenk welke vertalers allemaal niet vertegenwoordigd zijn. Dat Verstegen er niet bij zit, valt de samenstellers niet te verwijten: hij gaf geen toestemming. Maar als je dan toch een rijk scala aan verschillende vertalingen wilt presenteren, waarom dan alleen geput uit vertalingen van de laatste 50 jaar? Waarom niet een paar voorbeelden opgenomen van álle belangrijke Shakespeare-vertalers? Zo had ik het wel leuk gevonden als er ook vertalingen bij hadden gezeten van Burgersdijk, Verwey, Boutens en Decroos. Dát zou deze bloemlezing pas echt een meerwaarde hebben gegeven – ook al omdat die vertalingen niet zo makkelijk te vinden zijn. (Als iemand me aan exemplaren van deze of andere vertalingen kan helpen, houd ik me aanbevolen. Zodra ik over de teksten beschik wil ik ze ook graag – voorzover ze rechtenvrij zijn – op deze site publiceren.)

Tot slot is ook de keuze van de 50 sonnetten niet helemaal bevredigend. Misschien moet ik niet gaan zeuren dat zo'n prachtig sonnet als 60 is weggevallen, of de unieke sonnetten 146 en 129. Dat je als lezer een paar van je eigen favorieten mist, is bij elke bloemlezing het geval. Maar in dit geval is het des te schrijnender, omdat ze wél minstens twee sonnetten hebben opgenomen (145 en 153) die algemeen worden beschouwd als twee van de meer onbenullige, oninteressante van de hele cyclus. Mede daardoor is vooral het ontbreken van sonnet 129 een gotspe, want dat is meer dan alleen een persoonlijke favoriet: het is een van de beroemdste en een van de meest spraakmakende gedichten in de reeks. Een bijzonder expliciete beschouwing over de psychologie van de lust, die in de 18de eeuw zulke heftige reacties opriep dat één gerenommeerd Shakespeare-vorser destijds verzuchtte dat hij 'wenste dat Shakespeare dit gedicht nooit had geschreven'.

Voorwaar een prestatie om juist dit gedicht uit je bloemlezing weg te laten. De enige reden die ik kan bedenken is dat ze van dit gedicht geen goede vertaling van konden vinden. De beste die ik ken, is van Verstegen, en die wilde zoals gezegd niet meewerken. En het is misschien waar dat Arie van der Krogt en Van Elden in dit gedicht niet op hun sterkst zijn. (Het is ook een heel lastig gedicht om te vertalen, mede door de vele obscuriteiten en dubbelzinnigheden). Maar ik heb onlangs ook de vertaling van De Roy van Zuydewijn gelezen – en die had hier zeker niet misstaan.

Ik heb dus wel een paar bedenkingen bij deze uitgave. Enerzijds is het een mooie manier om een leuke hoeveelheid Shakespeare op zakformaat binnen te halen, in een aantal uiteenlopende (en over het algemeen trouwens prachtige) vertalingen. Maar anderzijds: een uitgave van de complete sonnetten kost je slechts evenveel geld, en dan krijg je een constantere kwaliteit van vertaling, of je nou kiest voor Van der Krogt, De Roy van Zuydewijn of Verstegen (die er ook nog eens een uitgebreid commentaar bij schrijft – al zijn dáár ook wel weer kanttekeningen bij te plaatsen!). En wil je de sonnetten per se op zakformaat, dan kun je de oudere vertaling van Van Elden kopen, een mooi uitgegeven Salamander voor de helft van wat deze bloemlezing kost.

Natuurlijk mis je dan wel de selectie vertalingen uit het theaterwerk (een kleine 80 pagina's). Het is ongetwijfeld ook fascinerend om de verschillen te zien tussen zeer uiteenlopende vertalingen die ze daarvoor hebben gekozen.

Waar ik de samenstellers overigens wel dankbaar voor ben, is dat ik dankzij deze bundel kon kennismaken met de vertalingen van Ernst van Altena en Paul Claes, en dat ik nu tenminste één sonnetvertaling heb van Messelaar, die nergens meer te krijgen is.


Tot slot, zoals beloofd, sonnet 20 in de vertaling van Guido de Bruyn. Op de website van Arie van der Krogt worden nog zeven andere vertalingen van dit gedicht besproken.

Zo mooi mismeesterd, meester, is geen man
tot vrouw, zoals de natuur dat met u deed.
Fraai gevormd, van binnen en van buiten,
zijt gij mijn meester & mijn minnares.

Met een vrouwenhart, jawel, maar zonder
grillen, en uw blik is minder vals, briljanter.
Van een man de brille, van een vrouw de charme:
alles waar hij & zij van dromen kan.

Bij uw geboorte moet het zijn gebeurd:
geconcipieerd als vrouw, voorzag de natuur u
van een klein verschil – verliefd als ze was

op haar creatie. Dat ding nu is mijn frustratie.
Ach, laat het de dames dienen tot plezier.
Lust is niet van tel. Ik krijg je liefde wel.

Uit: De mooiste van Shakespeare, Koen Stassijns & Ivo van Strijtem (red.), Lannoo/Atlas, Tielt/Amsterdam, 2006.

Amsterdam, juli 2006






omslag bloemlezing


Boeken:
Willem van Maanen
Roths 'Late Years'
Roths Exit Ghost
500 Gedichten...
Bestorm mijn hart
Komrij
Thomése en Wevers

Shakespeare:
De mooiste van...
Guido de Bruyn
Kunst van de liefde

Films:
César et Rosalie


Oude berichten
op Usenet