Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret P.C. Boutens


Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

Vijftiende sonnet

Als ik bedenk dat al wat groeit en leeft,
Maar éen kort oogenblik volmaaktheid haalt,
Dit wijd tooneel enkel schouwspelen geeft,
Waarop der sterren heimlijke invloed smaalt
Als ’k zie van menschen hoe ze als planten opkomen,
Die de eigen levenslucht zelf stuwt en stuit,
Pronken in jeugdsap, dan volgroeid neêrloomen,
Slijtend hun fier deel en zijn heugnis uit;
Dan zet dit onbestendig zijn in al
Zijn toover rijkst aan jeugd u voor mijn oogen,
Waar de verderver Tijd twist met Verval
Hoe ze uw jeugds dag tot nacht ontluistren mogen,
   En slaagsch met Tijd, om u te redden, ent
   Mijn liefde u nieuw naarmate hij u schendt.

Uit: P.C. Boutens, Verzamelde Lyriek, deel II, 1922-1943, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1968.



Aantekeningen:


r. 7 neêrloomen = neerhangen, verwelken.


Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Moulijn-Haitsma Mulier
Decroos
Jonk
Verstegen
Van der Krogt
Grandgagnage
Hugo Claus

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 52
Sonnet 95
Sonnet 109