Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret P.C. Boutens


Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Hélène Swarth
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

Zevenentwintigste sonnet

Van zwoegen op, haast ik nij naar mijn bed
Om leden trekkensmoê met slaap te sterken ;
Maar dan begint in ’t hoofd me een reis die zet
Mijn geest te werk, nu ’t lichaam rust van werken:
Dan trekken mijn gedachten uit mijn vert
Devoten pelgrimstocht naar u en houden
Mijn slaapbezwaarde oogleden opgesperd
op ’t starre donker dat de blinden schouwen;
Alleen schept voor mijn uitzichtloos gezicht
Ziende verbeelding u in schaduwstaat,
Die, als juweel aan spookge nacht gehecht,
Haar zwart schoon straalt en frisch haar oud gelaat:
   Zoo vindt bij nacht mijn geest, bij dag mijn leden
   Om u en om mijzelf geen rust of vrede.

Uit: P.C. Boutens, Verzamelde Lyriek, deel II, 1922-1943, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1968.



Aantekeningen:


r. 1 op = doodop, moe.


Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Moulijn-Haitsma Mulier
Decroos
Jonk
Van der Krogt
Jan Spierdijk
Twentse vertaling
Hugo Claus

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 52
Sonnet 95
Sonnet 109