Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret P.C. Boutens


Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

Eenendertigste sonnet

Uw borst verdierbaard is met harten alle,
Die mijn gemis dood waande, en daar voert macht
Liefde en al liefdes dienende vazallen
En al die vrienden die ’k begraven dacht.
Hoe meengen heiligtrouwen traan van rouw
Stal innigvrome liefde van mijn oogen
Als cijns der dooden die ik nu aanschouw
Enkel verhuisd en bij u ingetogen.
’t Graf zijt gij, waar begraven liefde leeft,
Waar cerdre minnaars wijdden hun trofee’n, .
Elk de aanspraak afstond, die hij op mij heeft,
Dat veler recht vervalt aan u alleen:
   Wat ’k in hen liefhad, zie ’k in u verbeeld,
   En gij, voor allen, hebt mij onverdeeld.

Uit: P.C. Boutens, Verzamelde Lyriek, deel II, 1922-1943, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1968.



Aantekeningen:


r. 8 ingetogen = ingetrokken.
r. 9 Het manuscript bevat de variant ‘waar begraven min herleeft’ voor ‘waar begraven liefde leeft’.


Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Decroos
Jonk
Van der Krogt
Hugo Claus

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 52
Sonnet 95
Sonnet 109