Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret P.C. Boutens


Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

Achtentwintigste sonnet

Hoe reik ik ooit dan tot mijn oud geluk,
Die nooit de winst van rust behalen mag,
Als niet de nacht verlicht den dagedruk,
Maar dag den nacht bezwaart en nacht den dag?
Als elk van twee, hoezeer ze elkaêr bevechten,
Om mij te martien handen slaan ineen,
Met zwoegen de een, en de andre tot de klachte:
Hoe harder ’k zwoeg, hoe verder van u heen!?
’k Zeg om den dag te paaien dat uw licht
Hem zaligt wanneer wolken hem bedonkren,
Juist als ’k de nacht vlei en haar grauw gezicht:
Gij guldt den avond waar geen sterren flonkren.
   Maar dag rekt dagelijks mijn lijden langer,
   En nacht toont nachtelijks leeds druk nog banger.

Uit: P.C. Boutens, Verzamelde Lyriek, deel II, 1922-1943, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1968.


Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Decroos
Jonk
Van der Krogt
Verstegen

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 52
Sonnet 95
Sonnet 109