Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret P.C. Boutens


Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

Zesentwintigste sonnet

Heer van mijn liefde, aan wien mijn leenmansplicht
Hecht is verknocht om uw onschatbren prijs,
Tot u dit schriftelijk gezantschap ’k richt
Dat ’k hulde u, niet dat ’k u mijn geest bewijz’:
Hulde zoo groot als geest zoo arm niet toonbaar
In woorden kleeden kan, maar hoopt in stilt
Dat gunstrijk gij haar naaktheid acht verschoonbaar
En in uw ziels gedachte opnemen wilt;
Tot een of andre ster die stiert mijn gangen,
Genadig op mij wijst met schoonen schijn,
Mijn schamel dingen met haar glans omhange
Dat het uw zoete aandacht mag waardig zijn:
   Dan mag ik durven roemen wat gij mij zij;
   Vóordien niet wagen mij in uw nabijheid.

Uit: P.C. Boutens, Verzamelde Lyriek, deel II, 1922-1943, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1968.



Aantekeningen:


r. 9 stiert = bestuurt, aanstuurt.


Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Decroos
Jonk
Van der Krogt

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 52
Sonnet 95
Sonnet 109