Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret P.C. Boutens


Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

Zevende sonnet

Zie: als in ’t Oosten het genadig licht
Zijn brandend hoofd heft, biedt elk laag gelaat
Hulde aan zijn nieuw verschijnend aangezicht
En dient met oogen zijn gewijden staat;
En hemels steilen heuvel opgegaan,
In levens bloei een krachtig soeverein,
Bidden al blikken nog zijn schoonheid aan,
Dienende knapen in zijn gulden trein –
Maar wen van hoogste spits, met moeder span,
Als oud-en-zwak, hij wankelt uit den dag,
Wendt uit zijn plichtsbetoon elk oog zich van
Zijn lage baan, en volgt een andre vlag:
   Zoo gij, als middag u aan ’t tanen vindt,
   Verachtloosd sterft, tenzij ge een zoon u wint.

Uit: P.C. Boutens, Verzamelde Lyriek, deel II, 1922-1943, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1968.



Aantekeningen:


r. 9 wen = wanneer, als
moeder = vermoeider


Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Moulijn-Haitsma Mulier
Decroos
Jonk
Van der Krogt
Grandgagnage

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 52
Sonnet 95
Sonnet 109