Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret P.C. Boutens


Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

Zeventiende sonnet

Wie zal mijn vers gelooven mettertijd,
Als ’t van uw hoogste deugden stond vervuld?
Toch, God weet, maar een zerk is ’t, die belijdt
Niet half uw deugden, en uw leven hult.
Kon ’k uwer oogen schoon met woorden dekken,
In maten nieuw al uw bekoor’ngen meten,
‘Die dichter liegt,’ zeî komende eeuw, ‘geen trekken
Zóo hemelsch heeft ooit aardsch gelaat bezeten.’
Dan hoonde men mijn tijdvergeelde blaên,
Oudjes die waar en onwaar praten moeten;
Uw eerlijk recht gold voor eens dichters waan,
Een uitdentijdsch liedje op ontrekte voeten:
   Maar als een kind van u leefde op dien tijd,
   Dubbel, in hem en in mijn rijm, deed gij ’t.

Uit: P.C. Boutens, Verzamelde Lyriek, deel II, 1922-1943, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1968.



Aantekeningen:


r. 4 hult = verhult, verbergt.
r. 9 blaên = bladen, pagina’s.


Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
A. S. Kok (1859)
Burgersdijk
Verwey
Decroos
Boutens
Jan Campert
Jonk
Verstegen
Van der Krogt
Grandgagnage

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 52
Sonnet 95
Sonnet 109