Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

de 'Droeshout-gravure' van Shakespeare

Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

109

O never say that I was false of heart,
Though absence seemed my flame to qualify.
As easy might I from my self depart,
As from my soul which in thy breast doth lie.
That is my home of love; if I have ranged,
Like him that travels I return again,
Just to the time, not with the time exchanged,
So that my self bring water for my stain.
Never believe, though in my nature reigned
All frailties that besiege all kinds of blood,
That it could so preposterously be stained,
To leave for nothing all thy sum of good.
   For nothing this wide universe I call,
   Save thou, my Rose, in it thou art my all.

Zeg nooit dat ik ontrouw ben vreemd gegaan.
Absentie had, naar 't leek, mijn vuur geblust,
Maar kan ik ooit bij jou – mezelf – vandaan
Als in jouw borst mijn hele wezen rust?
Daar klopt mijn hart. Want ging ik al op sjouw,
De pelgrim is weer daar van waar hij ging,
Op tijd, gelijk, bezoedeld, vol berouw,
Met tranen ook, zijn smet tot reiniging.
Geloof dus nooit, al was de geest soms zwak,
Het vlees in staat te doen waar het voor staat,
Dat ik hierdoor verdwaasd, genaaid in 't pak,
Voor niets de som van al jouw goeds verlaat.
   Het Al is voor mij niets, al is het veel,
   Jouw nietig deel, mijn roos, is mijn geheel.


Verwijt me nooit dat ik je heb bedrogen,
Al was 'k er niet om 't vuurtje aan te houden.
Net zomin als ik ooit mezelf verloochen,
Verlaat ik jou, mijn ziel rust in het jouwe.
Daar is mijn liefde thuis. Hoe ik ook ga,
Ik kom als reiziger steeds bij jou weer,
Precies op tijd, door tijd onaangedaan,
Met tranen was ik me van vuil en smeer.
Geloof toch niet, al heeft ook mijn natuur
De zwakheden van elke renegaat,
Dat ik zo laag kan zinken op den duur
Dat ik de som van al jouw goeds verlaat.
   Heel dit heelal zie ik als waardeloos.
   Slechts één ding telt, en dat ben jij, mijn roos.


Noem mij nooit, o mijn lief, ontrouw van hart,
Al was 'k als ver weg in je ogen veraf.
Van mezelf weggaan ware even benard
Als van mijn hart, aan wie jouw borst 'n thuis gaf.
Daar ligt mijn liefdesnest; heb 'k soms gezworven,
Dan was 't als 'n reiziger die trouw weerkeert,
Mooi op tijd, niet met tijd verderf verworven –
Zo was 'k zelf de vlek die 'k heb gecreŽerd.
Geloof nooit – al was mijn aard in de ban
Van zwaktes die ieders hormonen heeft –
Die aard zo vuil en verdorven daarvan,
Dat hij voor niets al jouw goedheid opgeeft:
   Want 'n niemendal noem 'k dit weidse heelal,
   Op jou na, roos, hierin ben jij mijn al.


Commentaar

Dit is werk in uitvoering. Een beetje uitleg over gedicht en vertaling hoop ik in de toekomst toe te voegen. Nieuwe vertalingen zijn ook altijd welkom! Als je zelf een vertaling hebt die je hier wel geplaatst of gelinkt wilt zien, mail me dan.
Klik rechtsboven voor de vertalingen van Burgersdijk en Verwey. Ook andere vertalingen van dit sonnet, die hier of elders online staan, worden rechtsboven gelinkt.

Voor een Engelstalig commentaar op dit gedicht klik hier.


oude spelling

Andere vertalingen:
A. S. Kok (1859)
Burgersdijk
Verwey
Moulijn-Haitsma Mulier
Decroos
Boutens
Jonk

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 36
Sonnet 37
Sonnet 38
Sonnet 39
Sonnet 40
Sonnet 41
Sonnet 42
Sonnet 43
Sonnet 44
Sonnet 45
Sonnet 46
Sonnet 47
Sonnet 48
Sonnet 49
Sonnet 50
Sonnet 51
Sonnet 52
Sonnet 53
Sonnet 54
Sonnet 55
Sonnet 56
sonnet 57
Sonnet 58
Sonnet 59
Sonnet 60
Sonnet 61
Sonnet 62
Sonnet 63
Sonnet 64
Sonnet 65
Sonnet 66
Sonnet 67
Sonnet 68
Sonnet 69
Sonnet 70
Sonnet 71
Sonnet 72
Sonnet 73
Sonnet 74
Sonnet 75
Sonnet 76
Sonnet 77
Sonnet 78
Sonnet 79
Sonnet 80
sonnet 81
Sonnet 82
Sonnet 83
Sonnet 84
Sonnet 85
Sonnet 86
Sonnet 87
Sonnet 88
Sonnet 89
Sonnet 90
Sonnet 91
Sonnet 92
Sonnet 93
Sonnet 94
Sonnet 95
Sonnet 96
Sonnet 97
Sonnet 98
Sonnet 99
Sonnet 100
Sonnet 101
Sonnet 102
Sonnet 103
Sonnet 104
Sonnet 105
Sonnet 106
Sonnet 107
Sonnet 108
Sonnet 109
Sonnet 110
Sonnet 111
Sonnet 112
Sonnet 113
Sonnet 114
Sonnet 115
Sonnet 116
Sonnet 117
Sonnet 118
Sonnet 119
Sonnet 120
Sonnet 121
Sonnet 122
Sonnet 123
Sonnet 124
Sonnet 125
Sonnet 126
Sonnet 127
Sonnet 128
Sonnet 129
Sonnet 130
Sonnet 131
Sonnet 132
Sonnet 133
Sonnet 134
Sonnet 135
Sonnet 136
Sonnet 137
Sonnet 138
Sonnet 139
Sonnet 140
Sonnet 141
Sonnet 142
Sonnet 143
Sonnet 144
Sonnet 145
Sonnet 146
Sonnet 147
sonnet 148
Sonnet 149
Sonnet 150
Sonnet 151
Sonnet 152
Sonnet 153
Sonnet 154