Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

de 'Droeshout-gravure' van Shakespeare

Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

148

O me! what eyes hath love put in my head,
Which have no correspondence with true sight,
Or if they have, where is my judgment fled,
That censures falsely what they see aright?
If that be fair whereon my false eyes dote,
What means the world to say it is not so?
If it be not, then love doth well denote,
Love's eye is not so true as all men's: No,
How can it? O how can love's eye be true,
That is so vexed with watching and with tears?
No marvel then though I mistake my view,
The sun it self sees not, till heaven clears.
   O cunning love, with tears thou keep'st me blind,
   Lest eyes well-seeing thy foul faults should find.

De liefde stopte doppen in mijn kop
waaruit ik mooi kan kijken – maar niet echt!
Waarom houdt anders mijn verstand niet op
om krom te praten wat zij zien als recht?
Mijn oog weet wat het wil – ja, mooi is dat.
Waarom zegt men dan dat ik word bedrogen?
Strijkt liefde al te gretig plooien glad
en zijn hun tongen scherper dan mijn ogen?
Verliefde ogen zijn toch nooit goed snik,
Staren zich stekeblind en maken water.
Dus dat verschoont mijn al te troebele blik.
De zon ziet ook niks als de regen klatert.
   Met tranen heeft de liefde mij verblind
   Zodat mijn oog haar zwakke plek niet vindt.


Wat heeft liefde van mijn ogen gemaakt,
Die met echt zien niets hebben uit te staan?
Of is mijn verstand soms verstomd geraakt,
Wat zij juist zien als verkeerd afgedaan?
Is dat wat mijn ogen betovert schoon,
Waarom noemen de anderen mij dan bedrogen?
En anders is de conclusie gewoon
Dat hun tongen scherper zijn dan mijn ogen.
Maar hoe kunnen verliefde ogen scherp zien,
Door turen en tranen niet helder meer?
En daarom verkijk ik me soms misschien:
Want zelfs de zon ziet slechts bij helder weer.
   Geslepen liefde, je tranen verblinden,
   Waar ziende ogen jouw fouten zouden vinden.


Wat gaf de liefde mij een vreemd stel ogen.
Ze hebben niets te maken met echt kijken.
Of toch? Laat mijn beoordelingsvermogen
Me dingen die ik goed zie, anders lijken?
Als klopt wat ik met slechte ogen zie,
Waarom zegt heel de wereld dan van niet?
Zo niet, ligt het dan aan mijn liefde, die
De dingen blijkbaar als geen ander ziet?
Hoe dit? Heeft 't oog van liefde het wel raak,
Als het zo druk is, kijken moet en huilen?
Geen wonder dat ik van mijn zicht niets maak.
Zelfs zon ziet niets als wolken hem verschuilen.
   Liefde zo sluw, 't gehuil dat mij verblindt
   Voorkomt dat ik jouw zwakke plekken vind.


Gaf Cupido mijn oog een invalshoek
Waarbij de beelden anders overkomen?
Of klopt het beeld, maar is mijn inzicht zoek,
Wordt fout geduid wat goed is waargenomen?
Als mooi is wat mijn oogappel 't oog biedt,
Wat spreekt men dan van haar wormstekigheid?
Zo niet, bewijst de liefde expliciet
Dat zij niet ziet wat ieder onderscheidt.
Hoe kan, verliefd, het oog ook foutloos zien –
Doorwaakt, betraand: wat heeft het niet te duchten?
Geen wonder dat het beeld wat stoort misschien,
Want zelfs de zon ziet niets bij regenluchten.
   Dat liefde slinks met tranen mij verblindt
   Is dat ik ziend je zondigheid niet vind.


Commentaar

Dit is werk in uitvoering. Een beetje uitleg over gedicht en vertaling hoop ik in de toekomst toe te voegen. Nieuwe vertalingen zijn ook altijd welkom! Als je zelf een vertaling hebt die je hier wel geplaatst of gelinkt wilt zien, mail me dan.
Klik rechtsboven voor de vertalingen van Burgersdijk en Verwey. Ook andere vertalingen van dit sonnet, die hier of elders online staan, worden rechtsboven gelinkt.

Voor een Engelstalig commentaar op dit gedicht klik hier.

De vertaling hierboven is niet erg serieus. Regel 8 heb ik met wat wijzigingen gejat van Robert.




oude spelling

Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Decroos
Jonk
C.W. Schoneveld


Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 36
Sonnet 37
Sonnet 38
Sonnet 39
Sonnet 40
Sonnet 41
Sonnet 42
Sonnet 43
Sonnet 44
Sonnet 45
Sonnet 46
Sonnet 47
Sonnet 48
Sonnet 49
Sonnet 50
Sonnet 51
Sonnet 52
Sonnet 53
Sonnet 54
Sonnet 55
Sonnet 56
sonnet 57
Sonnet 58
Sonnet 59
Sonnet 60
Sonnet 61
Sonnet 62
Sonnet 63
Sonnet 64
Sonnet 65
Sonnet 66
Sonnet 67
Sonnet 68
Sonnet 69
Sonnet 70
Sonnet 71
Sonnet 72
Sonnet 73
Sonnet 74
Sonnet 75
Sonnet 76
Sonnet 77
Sonnet 78
Sonnet 79
Sonnet 80
sonnet 81
Sonnet 82
Sonnet 83
Sonnet 84
Sonnet 85
Sonnet 86
Sonnet 87
Sonnet 88
Sonnet 89
Sonnet 90
Sonnet 91
Sonnet 92
Sonnet 93
Sonnet 94
Sonnet 95
Sonnet 96
Sonnet 97
Sonnet 98
Sonnet 99
Sonnet 100
Sonnet 101
Sonnet 102
Sonnet 103
Sonnet 104
Sonnet 105
Sonnet 106
Sonnet 107
Sonnet 108
Sonnet 109
Sonnet 110
Sonnet 111
Sonnet 112
Sonnet 113
Sonnet 114
Sonnet 115
Sonnet 116
Sonnet 117
Sonnet 118
Sonnet 119
Sonnet 120
Sonnet 121
Sonnet 122
Sonnet 123
Sonnet 124
Sonnet 125
Sonnet 126
Sonnet 127
Sonnet 128
Sonnet 129
Sonnet 130
Sonnet 131
Sonnet 132
Sonnet 133
Sonnet 134
Sonnet 135
Sonnet 136
Sonnet 137
Sonnet 138
Sonnet 139
Sonnet 140
Sonnet 141
Sonnet 142
Sonnet 143
Sonnet 144
Sonnet 145
Sonnet 146
Sonnet 147
sonnet 148
Sonnet 149
Sonnet 150
Sonnet 151
Sonnet 152
Sonnet 153
Sonnet 154