Zal ik jou vergelijken met een zomerdag?
Jij bent bekoorlijker, gelijkmatiger.
Ach, straffe wind schudt alle bloesempracht
En de zomer wordt al snel plichtmatiger;
Te vurig wil soms branden het hemelse oog,
Nog vaker smoort zijn gouden gloed in dampen,
Zelfs schoonheid rolt van schoonheid niet omhoog
En volgt de afloop der natuur of rampen;
Maar jouw eeuwige zomer zal niet verkleuren,
Noch de schoonheid verliezen die jij pacht,
Noch zal de trotse dood jou in zijn schaduw sleuren
Als jij in eeuwige regels wordt grootgebracht.
Zolang men ademt, zolang men ogen heeft,
Leeft dit, en dit is wat jou leven geeft.
vertaling: Bas Belleman
Deze vertaling van sonnet 18 is verschenen in het winternummer 2010 van poëzieblad Awater, bij een artikel waarin Bas Belleman een nieuwe lezing van dit gedicht geeft: volgens hem hoort sonnet 18 nog bij de 'vootplantingssonnetten' en is ook dit sonnet een aansporing om nageslacht te verwekken. Hij ziet het ook niet als een ode aan de jeugd, maar als 'een fluwelen belediging. Een waarschuwing met een strikje eromheen. Doe er wat aan, je wordt al lelijker.'
Een lezing waar je twijfels bij kunt hebben, maar voor welke lezing geldt dat uiteindelijk niet?
|