Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret P.C. Boutens


Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

Vijfde sonnet

De uren die lijstten met aanminngen tooi
Den lieflijke oogblik die elks oog nu boeit,
Vieren haar wilkeur straks aan ’t eigen mooi,
Ontschoonend wat nu rijkst in schoonheid bloeit.
Want nooitverpoosde tijd leidt zomers pad
Naar valen winter en breekt daar hem af:
Sap vorstverstijfd, vergaan elk fleurig blad,
Al schoonheid ingesneeuwd tot een naakt graf.
Dan, bleef niet zomers afgewonnen geur,
Vloeibaar gevangne in engen glazen wand,
Met schoonheid schoonheids werking ging teloor,
Noch zij noch heugnis wat zij was, hield stand.
   Maar bloemen reukgered, als winter guurt,
   Vergaan voor ’t oog, haar zoete wezen duurt.

Uit: P.C. Boutens, Verzamelde Lyriek, deel II, 1922-1943, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1968.



Aantekeningen:


r. 13 reukgered = een neologisme, vertaling voor distill’d.


Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Moulijn-Haitsma Mulier
Decroos
Jonk
Verstegen
Van der Krogt
Grandgagnage

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 52
Sonnet 95
Sonnet 109