Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret P.C. Boutens


Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

Vijfentwintigste sonnet

Laat die in gunst staan bij hun sterren, pralen
Met openbare eer en met titels boud,
Wijl ik wiens lot nooit zoo’n triomf zal halen,
Onopgemerkt geniet wat hoogst ik houd.
Der groote koon’ngen gunstelingen bloeien
Maar als de goudsbloem pronkt bij zonoogs nuk;
Zij zelf zijn ’t graf van al hun trotsch bemoeien;
Want éen frons velt hun glorieschoon geluk.
Den stoeren krijger, éen op duizendmaal
Na roemrijkste overwinn’ngen overmocht,
Delgt van de rol der eere een enkle haal:
Vergeten blijft al meer dat hij bevocht.
   Bemind beminnend, ben ik zalig dan,
   Die gunst onttrekken noch verbeuren kan.

Uit: P.C. Boutens, Verzamelde Lyriek, deel II, 1922-1943, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1968.



Aantekeningen:


r. 2 In de gedrukte uitgave is het tweede ‘met’ verwijderd (omdat het onmetrisch en overbodig is).


Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling

Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Moulijn-Haitsma Mulier
Decroos
Jonk
Van der Krogt

Digitaal boek

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 52
Sonnet 95
Sonnet 109