Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret P.C. Boutens


Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

Tweeënvijftigste sonnet

Als rijkaard ben ’k, wiens sleutel naar zijn gril
Hem voor zijn heimelijken schat kan zetten,
Dien hij niet ieder uur bespieden wil
Om niet de spits van ’t schaars genot te ontwetten.
Daarom zijn feesten zoo voornaam en rijk,
Daar ’t zeldne keeren in den jaargang staat
Zoo ijl gezet als steenen kostelijk
of hoofdjuweelen in het halssieraad.
De tijd die me u onthoudt, is als mijn schrijn,
De kist die ’t statiekleed verstoken houdt,
Dat éen hoog uur mag hoog gezegend zijn,
Als zijn gevangen praal zich nieuw ontvouwt.
   Gezegend gij wiens kostbaarheid mij vult
   Met trotsch bezit of met hoops rijk geduld.

Uit: Uit de wereldpoëzie, in het Nederlandsch vertaalde Gedichten, verzameld door Johan de Molenaar (red.), Elsevier, Amsterdam, zonder jaartal.



Aantekeningen:


r. 4 ontwetten = bot maken.

Dit is de versie die Boutens heeft gepubliceerd. In Verzamelde lyriek is door Johan Polak de manuscriptversie opgenomen, waarvan regel 4 anders luidt:

Om staêg de spits van ’t schaarsch genot te wetten.
Staêg = gestadig.


Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Decroos
Jonk
De Roy van Zuydewijn
Van der Krogt
Van Oyen

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 52
Sonnet 95
Sonnet 109