Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret P.C. Boutens


Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

Vijfennegentigste sonnet

Hoe zoet en lieflijk gij de schande draagt,
Die als de worm binnen de geurge roos
Den schoonen bloemknop van uw naam beknaagt!
In wat bekoring bedt gij zonden voos!
Die tong die uwer dagen doen bediedt
En hun vertier besmaalt met vuig verwijt,
Moet lakend prijzen of zij wil of niet:
De klank van uwen naam uw opspraak wijdt.
O, in wat hooge huizing zijn beland
De ondeugden die u kozen tot een woon,
Waar schoonheids sluier elken smet bespant,
En al wat oogen zien verkeert in schoon!
   Dit ruime voorrecht, dierste, neem in acht:
   De hardste sneê misbruikt verliest haar kracht.

Uit: P.C. Boutens, Verzamelde Lyriek, deel II, 1922-1943, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1968.


Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
A. S. Kok (1859)
Burgersdijk
Verwey
Decroos
Jonk
Van der Krogt

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 52
Sonnet 95
Sonnet 109