Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret P.C. Boutens


Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

Twintigste sonnet

Een vrouws gelaat, zooals natuur zelf ’t kneedde,
Hebt gij, de meester-meesteres rnijns harten,
Een vrouws teêr hart, maar niet naar vrouwenzede
Gespitst op wufter listen looze parten.
Stralender oog en niet zoo valsch in schelen,
Dat alles wat het aanblikt, zonneluistert,
Een man in vorm waarin al vormen deelen,
Wat mannenoog steelt, vrouwenziel verbijstert.
Ook waart in aanleg gij tot vrouw geschapen,
Maar onder ’t beelden viel natuur aan ’t dutten
Om door toevoeging u aan mij te ontkapen,
Door éen bijgift die ik niet kan benutten.
   Maar nu ze eenmaal tot vrouwenlust u entte,
   Laat mij uw liefde beuren, zij haar renten.

Uit: P.C. Boutens, Verzamelde Lyriek, deel II, 1922-1943, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1968.


Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Decroos
Boutens
Jonk
Van der Krogt
Van Oyen
Grandgagnage
Van der Krogt

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 52
Sonnet 95
Sonnet 109