Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret P.C. Boutens


Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

Eenentwintigste sonnet

Het staat met mij niet als met dien poëet
Die van een opgemaakte schoonheid rijmelt,
Die tot sieraad den hemel zelf besteedt
En met zijn schoon al mooglijk schoon beduimelt,
Terwijl zijn stoute beeldspraak daarmeê paart
Zon, maan en zee en aardes rijksten buit,
Prilste Aprilbloesem, elk ding lovenswaard
Dat hemels koepel in zijn ronding sluit.
Laat mij, in liefde waar, waar zijn in dicht,
En dan neemt aan: mijn lief is even schoon
Als welk menschkind, al straalt hij niet zoo licht
Als hemels vaste gouden lampen doen:
   Maar zeggen laat wie winst van opspraak hopen;
   Niet loven wil ’k die denk niet te verkoopen.

Uit: P.C. Boutens, Verzamelde Lyriek, deel II, 1922-1943, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1968.



Aantekeningen:


r. 3 besteedt = gebruikt


Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Decroos
Jonk
Van der Krogt

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 52
Sonnet 95
Sonnet 109