Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret P.C. Boutens


Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

Vierendertigste sonnet

Waarom beloofde gij zoo schoonen dag
En liet van huis mij zonder mantel trekken,
Dat neevlen laag me inhalen onderweg
En met hun vuigen damp uw kleurpracht dekken?
’t Is niet genoeg dat door de wolk gij breekt,
Afdroogt mijn regennat verstormd gelaat:
Niemand met lof van zulk een balsem spreekt,
Die heeft de wonde, maar de breuk niet baat:
Ook schaft uw schaamte voor mijn leed geen kruid;
Al uw berouw maakt mijn verlies niet goed:
Maar zwakke leenging leent des krenkers spijt
Wie onder ’t kruis de felle krenking boet.
   Maar o, paarlen van liefde zijn die tranen,
   En brengen rijke’ afkoop voor al ’t misdane.

Uit: P.C. Boutens, Verzamelde Lyriek, deel II, 1922-1943, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1968.



Aantekeningen:


r. 11 leenging = leniging.


Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Decroos
Jonk
Verstegen
Van der Krogt

Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 52
Sonnet 95
Sonnet 109