Franks homepage
Nieuw op de site
Contact
Zoeken
English

portret P.C. Boutens


Shakespeare:
Voorwoord
Bibliografie
Tekstverantwoording
Vertalingen
Bewerkingen
A Lover's Complaint
De sonnetvorm
Shakespeare-links

Vertalers:
Burgersdijk
Albert Verwey
J. Decroos
Boutens
Moulijn-Haitsma Mulier
Jan Campert
Hugo Claus


Tijdgenoten:
Edmund Spenser
John Donne


Statistieken/Privacy

Tiende sonnet

Schaamrood ontken dat ge iemand hartbevriend zijt,
Gij zelf zoo zorgloos in zulk lijfsgevaar.
Geef reê toe dat bij velen gij bemind zijt,
Maar dat gij niemand mint, is zonneklaar.
Want gij zijt zoo vol van moordzinngen haat,
Dat gij van zelfbelaging nimmer rust,
Moedwillig dat schoon dak vervallen laat,
Waarvan ’t herstel moest zijn uw hoogste lust.
O wijzg uw zin, dat ik het mag mijn meening!
Hoort haat schooner behuisd dan teedre min?
Minlijk en minzaam wees als uw verschijning,
Of minstens minzaam blijk tot uw gewin:
   Uit liefde om mij schep u een ander u,
   Dat schoonheid voortbesta in u of uw’.

Uit: P.C. Boutens, Verzamelde Lyriek, deel II, 1922-1943, Athenaeum-Polak & Van Gennep, 1968.



Aantekeningen:


r. 3 reê = rede? reeds?


Engelse tekst
   + nieuwe vertaling

oude spelling
Andere vertalingen:
Burgersdijk
Verwey
Decroos
Jonk
Verstegen
Van der Krogt
Grandgagnage



Sonnet 1
Sonnet 2
Sonnet 3
Sonnet 4
Sonnet 5
Sonnet 6
Sonnet 7
Sonnet 8
Sonnet 9
Sonnet 10
Sonnet 11
Sonnet 12
Sonnet 13
Sonnet 14
Sonnet 15
Sonnet 16
Sonnet 17
Sonnet 18
Sonnet 19
Sonnet 20
Sonnet 21
Sonnet 22
Sonnet 23
Sonnet 24
Sonnet 25
Sonnet 26
Sonnet 27
Sonnet 28
Sonnet 29
Sonnet 30
Sonnet 31
Sonnet 32
Sonnet 33
Sonnet 34
Sonnet 35
Sonnet 52
Sonnet 95
Sonnet 109